Combinatie-opdracht over de Eerste Wereldoorlog

In 1914 begon in Europa een oorlog die al een paar jaar werd verwacht. In het begin was het een klein conflict, maar binnen enkele weken sleepten de bondgenoten elkaar mee in de oorlog.

Duitsland zat tussen twee vijanden. Voor Rusland waren de Duitsers niet zo bang, maar Frankrijk vreesden en haatten ze des te meer. De Duitsers verwachtten met een snelle verrassingsaanval Parijs te kunnen veroveren en Frankrijk te verslaan. Maar deze aanval liep helemaal vast. In plaats van een korte oorlog werd de oorlog een slijtageslag die vier jaar zou duren.

De vijanden groeven zich tegenover elkaar in in versterkte linies van loopgraven, prikkeldraad, onderaardse gangen, mijnenvelden en forten. Langs deze linies werden huizen, dorpen en zelfs steden totaal verwoest. Er was nauwelijks een doorkomen aan. Machinegeweren, gifgasaanvallen, bajonetgevechten en bombardementen, maar ook uitputting en ziekte maakten miljoenen slachtoffers.

In 1917 sloten de Amerikanen zich aan bij de tegenstanders van Duitsland. Dit bleek een belangrijke versterking. Op 9 november vluchtte Wilhelm II en twee dagen later gaf Duitsland zich over.

Opdracht

In deze opdracht over de Eerste Wereldoorlog verbind je foto's en teksten met elkaar. Lees de uitleg en ga dan naar foto 1.